Liquidatiereserve: verduidelijking berekening wachttermijn van 5 jaar

In de kijker

Liquidatiereserve: verduidelijking berekening wachttermijn van 5 jaar

Vanaf aanslagjaar 2015 kunnen kleine vennootschappen jaarlijks een liquidatiereserve aanleggen die nadien fiscaalvriendelijk kan uitgekeerd worden.

 

De aanleg van een liquidatiereserve dient te gebeuren door het geheel of een gedeelte van de boekhoudkundige winsten na belasting over te boeken naar één of meer afzonderlijke rekening(en) van het passief. De liquidatiereserve moet op deze afzonderlijke rekening(en) van het passief geboekt blijven en mag niet tot grondslag dienen voor enige beloning of toekenning. In dit kader dient er anticipatief 10% vennootschapsbelasting te worden betaald bij de aanleg. Na een wachtperiode van ten minste 5 jaar, kunnen deze uitgekeerd worden aan een verlaagde roerende voorheffing van 5%. Deze 5-jarige wachtperiode start vanaf de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarvoor de liquidatiereserve is aangelegd.

 

Het feit of de vennootschap als klein kan beschouwd worden (conform art. 15, §§ 1 tot 6 W. Venn.), dient te worden beoordeeld op het einde van het belastbare tijdperk waarin een liquidatiereserve wordt aangelegd.

 

Er werd aan de minister gevraagd of de voorwaarde van de 5-jarige wachttermijn werd nageleefd voor een liquidatiereserve die werd aangelegd voor het boekjaar dat afsloot per 31 december 2015. Meer bepaald zou deze liquidatiereserve op 31 december 2020 worden overgeboekt naar een rekening ‘te betalen dividend ex-liquidatiereserve 31 december 2015’ en vervolgens zou de algemene vergadering van mei 2021 (m.b.t. de goedkeuring van de jaarrekening per 31 december 2020) beslissen de bewuste liquidatiereserve uit te keren.

 

De minister van Financiën antwoordde dat de voorwaarden inzake de 5-jarige wachtperiode in casu zijn nageleefd. Het letterlijke antwoord[1] is zeer duidelijk: ‘De houdperiode begint te lopen op de laatste dag van het belastbaar tijdperk dat samenvalt met het boekjaar waarvoor de liquidatiereserve werd aangelegd, wat hier 31 december 2015 is. Het feit dat de liquidatiereserve op 31 december 2020 overgeboekt wordt naar een rekening “te betalen dividend-ex liquidatiereserve 31 december 2015” houdt geen schending van de onaantastbaarheidsvoorwaarde in. Het is pas bij de goedkeuring door de algemene vergadering in mei 2021, het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld en de roerende voorheffing opeisbaar wordt, dat de onaantastbaarheidsvoorwaarde niet langer als nageleefd wordt beschouwd.’

 

 

Disclaimer
Dit blogbericht mag niet worden beschouwd als beleggingsaanbeveling of –advies.

 

[1] Vr. en Antw. Kamer 2016-17, nr. 54-112, 203

adviseur Financiële Planning